Wat u nodig heeft
Een spieraam met wiggen, doek met vijf tot acht centimeter overslag rondom, een tacker met nietjes van acht tot tien millimeter, en een spantang. Die tang is het enige gereedschap waar u niet omheen kunt: met de hand haalt u nooit gelijkmatige spanning.
Leg het doek met de goede kant naar beneden op een schone vloer en het spieraam erop, met de schuine kant van de latten naar het doek toe. Die schuinte is er zodat het doek de lat alleen aan de buitenrand raakt; ligt het frame verkeerd om, dan tekent de lat zich na een jaar af in uw schilderij.
De volgorde
Werk vanuit het midden naar de hoeken, en steeds om en om tegenover elkaar.
- Eén nietje in het midden van de bovenlat.
- Doek strak trekken met de tang en één nietje in het midden van de onderlat.
- Hetzelfde links en rechts, dus vier nietjes in kruisvorm.
- Daarna telkens twee nietjes per zijde, om en om, richting de hoeken.
Zo bouwt u de spanning gelijkmatig op. Wie eerst één zijde helemaal vastniet, krijgt gegarandeerd golven aan de overkant.
De hoeken vouwt u als cadeaupapier: eerst de punt naar binnen, dan de zijkanten eroverheen, en vastnieten aan de achterkant. Houd alle vier de hoeken hetzelfde, want dat is het eerste dat opvalt.
Hoe strak is strak genoeg
Duw met een vinger in het midden. Het doek hoort iets mee te geven en meteen terug te veren, ongeveer als een trommel die niet helemaal is aangespannen. Een doek dat als een trampoline stuitert, staat te strak en trekt het frame krom.
Bij katoen kunt u licht bevochtigen aan de achterkant nadat u het gespannen heeft; bij het drogen trekt het vanzelf strakker. Doe dat spaarzaam en niet bij linnen, dat reageert veel sterker op vocht.
De wiggen slaat u er pas in als het doek na verloop van tijd verslapt — niet meteen. Twee tikjes per hoek is genoeg; te ver doorslaan duwt de hoeken uit het lood.
Wat het kost en of het loont
Zelf spannen is vooral interessant als u eigen maten wilt of als u veel werkt. Losse spieramen en doek op rol zijn per vierkante meter aanzienlijk goedkoper dan kant-en-klare doeken, en het verschil loopt op naarmate het formaat groeit.
Reken op een startinvestering: een spantang, een tacker en een rol doek. Bij een paar doeken per jaar verdient dat zich niet terug; bij twintig wel.
Wat het altijd oplevert, is grip op de kwaliteit. U kiest zelf het weefsel, het spieraam en de grondering, en u weet dus precies waar u op schildert — bij een kant-en-klaar doek uit de winkel staat dat zelden op het etiket.
Naspannen en bewaren
Doek werkt met het seizoen. In een vochtige winter kan een strak doek gaan golven, en in de zomer trekt het weer aan. Pas daar niet meteen op aan: wacht een week en kijk of het zich herstelt.
Blijft het slap, dan tikt u de wiggen aan — altijd alle acht een klein beetje, nooit één hoek fors. Meet daarna de diagonalen; die horen gelijk te zijn, anders staat het frame scheef.
Berg doeken rechtop op, met een stukje karton of schuim ertussen, en nooit plat met iets erop. Een deuk in een gespannen doek gaat er zelden helemaal uit.


