Blijf bij standaardmaten
Maten als 30×40, 40×50, 50×70 en 60×80 centimeter zijn overal verkrijgbaar, en dat geldt ook voor lijsten en passe-partouts. Werkt u op een eigen maat, dan is elke lijst maatwerk — en maatwerk kost al snel een veelvoud.
Dat is geen artistiek argument maar een praktisch: wie regelmatig werkt, heeft binnen een jaar een stapel. Een stapel in standaardmaten kunt u inlijsten, wisselen en verkopen; een stapel in eigen maten blijft staan.
Verhouding bepaalt de rust
Vierkant is de moeilijkste verhouding: er is geen richting, dus de compositie moet het helemaal zelf doen. Het werkt prachtig bij abstract werk en centrale onderwerpen, en slecht bij landschappen.
De klassieke verhoudingen liggen rond 3:4 en 2:3. Die voelen vanzelf goed omdat het oog een lange en een korte kant kan onderscheiden zonder dat er één extreem uitsteekt.
Panoramaformaten — 1:2 en langer — vragen een onderwerp dat de lengte rechtvaardigt: een horizon, een rij, een beweging. Zonder dat wordt het een strook.
Waarom klein beginnen sneller gaat
Op een klein doek maakt u in een middag een heel werk af. Op een groot doek werkt u drie weken en leert u van één ding.
Tien kleine werken leren u tien keer iets over kleur, opbouw en droogtijd. Dat is de snelste route, en het is bovendien goedkoper.
Ga pas groter werken als u merkt dat het formaat u beperkt — als u niet meer kwijt kunt wat u wilt. Dat is een ander soort ongemak dan onzekerheid, en u herkent het verschil zodra het zich voordoet.
Serie of losse werken
Drie kleine werken die bij elkaar horen, doen aan een muur vaak meer dan één groot werk — en ze zijn makkelijker te maken, te vervoeren en te verkopen. Werk dan wel in hetzelfde formaat en dezelfde verhouding, want een serie valt uit elkaar zodra de maten verschillen.
Een praktische opzet is een drieluik van drie keer 30×40 met acht centimeter tussenruimte: samen iets meer dan een meter breed, wat boven een gemiddelde bank precies uitkomt.
Houd bij een serie ook het palet gelijk. Dezelfde vijf kleuren in alle drie de werken maken de samenhang zichtbaar, ook als de onderwerpen verschillen.
Grote formaten: waar u tegenaan loopt
Boven ongeveer een meter verandert er van alles. U heeft een ezel nodig die dat draagt, ruimte om achteruit te lopen, en armlengte om de bovenhoeken te bereiken.
Vervoer wordt een factor: een doek van 120 centimeter past niet in elke auto en niet door elke deur. Meet dat vooraf, ook de gang naar de kamer waar het moet hangen.
En de kosten lopen sneller op dan het formaat: een doek van twee keer zo groot kost vier keer zoveel oppervlak aan verf. Dat is precies waarom studies op klein formaat zo lonen.


