Het verschil in de hand
Katoen is de standaard in vrijwel elke winkel: gelijkmatig geweven, licht van kleur en betaalbaar. Het weefsel is regelmatig, wat betekent dat uw streek overal hetzelfde aanvoelt — prettig als u begint.
Linnen wordt van vlas gemaakt en heeft een onregelmatiger, levendiger weefsel met kleine noppen. Het is sterker, rekt minder en veroudert beter; oude schilderijen op linnen zijn er nog omdat vlasvezel simpelweg langer meegaat dan katoen.
Het prijsverschil is fors: linnen kost al gauw twee tot vier keer zoveel. Voor oefenwerk is dat zonde. Voor iets waarvan u nu al weet dat u het wilt houden, is het de investering waard.
Gramgewicht en dikte
Op doeken staat een gewicht in gram per vierkante meter. Onder de 300 g/m² is dun: bij stevig aandrukken voelt u het doek meegeven en ziet u de streek doorbuigen. Rond de 350 tot 400 zit het gangbare middensegment, en boven de 500 komt u bij zwaar linnen dat vrijwel niet beweegt.
Een dun doek is niet fout, maar het vraagt een lichtere hand. Wie met een paletmes werkt of dik opzet, merkt het verschil meteen.
Kijk daarnaast naar de dikte van het spieraam. Een lat van twee centimeter is voor kleine formaten prima; boven de tachtig centimeter wilt u vier centimeter of een kruisverbinding, anders trekt het frame krom.
De grondering doet het meeste werk
Vrijwel alle kant-en-klare doeken zijn voorbehandeld met gesso, meestal in twee of drie lagen. Dat laagje bepaalt hoe de verf zich gedraagt: hoeveel de ondergrond opzuigt, hoe glad de streek loopt en of het doek de olie uit uw verf trekt.
Een goedkoop doek is bijna altijd te dun gegrond. U merkt dat doordat verf wegtrekt en dof opdroogt, en doordat de weefselstructuur ruw blijft. Twee extra lagen gesso, met licht schuren ertussen, maken zo'n doek aanzienlijk beter — voor een paar euro en een half uur werk.
Wie met olieverf werkt: controleer of de grondering geschikt is voor olie. Een acrylgesso is dat vrijwel altijd; een absorberende krijtgrond niet zonder isolatielaag.
Wat u in de winkel controleert
Houd het doek tegen het licht. Ziet u de weefselstructuur duidelijk oplichten, dan is de grondering dun; bij een goed gegrond doek komt er weinig licht door.
Duw met een duim tegen het midden van de achterkant. Het doek hoort strak terug te veren; blijft er een deuk staan, dan is de spanning te laag en zal hij dat na een jaar nog meer zijn.
En kijk naar de hoeken en de nietjes aan de achterkant: netjes gevouwen hoeken en nietjes op gelijke afstand zeggen iets over de rest van de afwerking. Wiggen horen in een zakje meegeleverd te zijn — zonder wiggen kunt u later niet naspannen.
Waar u aan begint
Voor oefenen en leren: katoen, 350 g/m², kant-en-klaar gegrond, in kleine formaten. Koop er meerdere tegelijk — angst voor een duur doek is de grootste rem op leren schilderen.
Voor werk dat blijft: linnen, of katoen dat u zelf hebt bijgegrond. Let dan ook op de zuurvrijheid van het materiaal en op een spieraam met wiggen, zodat u later kunt naspannen.
En koop niet uw hele voorraad in één keer. Wat voor u werkt, weet u pas na tien doeken, en dat verschilt per manier van schilderen.


