Doek: veert mee
Een gespannen doek geeft mee onder het penseel. Dat maakt lange, vloeiende streken prettig en dikke opzet vergevingsgezind, en het is de reden dat de meeste mensen erop beginnen.
Het nadeel is fijn werk: bij detail voelt u het doek onder uw hand bewegen, en de weefselstructuur breekt dunne lijnen. Wie miniaturen of scherpe randen wil, werkt tegen zijn materiaal in.
Paneel: hard en vlak
Een houten paneel of mdf geeft niet mee. Detail wordt daardoor makkelijker, en verf blijft precies liggen waar u hem zet — ideaal voor portretten, stillevens en alles met kleine vormen.
Mdf van drie tot zes millimeter is goedkoop en vlak, maar trekt vocht: grond beide zijden en de randen, anders kromt het paneel binnen een jaar. Multiplex van berken is stabieler en duurder. Boven de veertig centimeter is een verstevigingslijst aan de achterkant geen luxe.
Het gewicht is het echte bezwaar: een groot paneel is aanzienlijk zwaarder dan hetzelfde formaat doek, en dat merkt u bij ophangen en vervoeren.
Papier en karton
Voor oefenen is olieverf- of acrylpapier de goedkoopste manier om veel te maken. Het heeft vaak een geperste doekstructuur, weegt rond de 300 gram en zit in blokken van tien of twintig vel.
Gebruik het niet voor werk dat blijft: papier is kwetsbaar en vraagt inlijsten achter glas, wat bij olieverf ongebruikelijk is. Voor studies, kleurproeven en het uitproberen van een compositie is het uitstekend.
Schildersbord — karton met doekstructuur — zit ertussenin. Handig voor buiten, want het is licht en stijf, maar de kwaliteit loopt sterk uiteen.
Zelf een paneel maken
Een eigen paneel kost weinig en past precies bij het formaat dat u wilt. Zaag mdf van vier of zes millimeter op maat, schuur de randen, en breng aan beide zijden twee lagen gesso aan met licht schuren ertussen. Beide zijden is geen overdaad: het voorkomt kromtrekken.
Wie een gladdere ondergrond wil, schuurt de laatste gessolaag met korrel 240 tot hij zijdeglad is. Voor een structuur die op doek lijkt, brengt u de gesso juist met een grove kwast aan en laat u de streek staan.
Groter dan veertig centimeter? Lijm dan latten van twee bij twee centimeter op de achterkant, langs de randen. Dat houdt het paneel vlak en maakt ophangen eenvoudiger.
Kiezen op wat u maakt
Grote, losse doeken met veel beweging: doek. Kleine, precieze werken: paneel. Veel maken en weinig bewaren: papier.
En wisselen mag. Veel schilders werken hun studies op papier uit en zetten het definitieve werk op doek of paneel; dat is geen inconsequentie maar een manier om materiaalkosten en durf uit elkaar te houden.
Houd er wel rekening mee dat dezelfde verf op elke drager anders droogt: absorberend papier trekt olie weg en maakt kleuren doffer, terwijl een gladde gesso-laag de kleur juist vol houdt.


