Wat er gebeurt als u het omdraait
Olieverf droogt niet door verdamping maar door oxidatie: de olie neemt zuurstof op, verhardt en krimpt daarbij licht. Hoe meer olie, hoe langzamer dat gaat en hoe soepeler de laag blijft.
Legt u een magere, snel drogende laag over een vette laag die nog beweegt, dan hardt de bovenlaag eerder uit dan de laag eronder. De onderlaag blijft werken, de bovenlaag kan niet mee, en dan barst hij — vaak pas na twee tot vijf jaar.
Dat craquelé is niet te repareren zonder restauratie. Het is de meest voorkomende reden dat werk van hobbyschilders er na een paar jaar oud uitziet.
Hoe u het praktisch doet
De regel is: elke volgende laag bevat iets meer olie of medium dan de vorige.
De eerste opzet doet u dun, verdund met wat oplosmiddel of gewoon uit de tube zonder toevoeging. Daarna voegt u per laag een beetje medium toe: eerst een paar druppels, later iets meer.
Een simpele controle: als een nieuwe laag matter opdroogt dan de laag eronder, zat er te weinig olie in. Dat matte oppervlak — insleiing — is het signaal om de volgende laag iets vetter te maken.
Gebruik niet in elke laag hetzelfde flesje medium in dezelfde hoeveelheid. Dat voelt zorgvuldig en houdt de regel niet aan.
Wachten tussen de lagen
Een dunne laag is meestal binnen twee tot vijf dagen droog genoeg om overheen te werken, afhankelijk van pigment: aardkleuren en loodwit drogen snel, ivoorzwart en sommige rood en blauw juist traag.
Droog op aanraking is niet hetzelfde als doorgedroogd. Een schilderij is pas volledig uitgehard na maanden tot een jaar, en dat is waarom u niet meteen vernist.
Heeft u haast, dan is acryl de betere keuze. Olieverf versnellen met te veel siccatief maakt het probleem groter, niet kleiner.
Wat u aan de verf zelf merkt
Niet elke verf gedraagt zich hetzelfde, en dat heeft weinig met kwaliteit te maken. Pigmenten verschillen in hoeveel olie ze nodig hebben: aardkleuren als omber en sienna drogen snel, terwijl ivoorzwart, karmijn en sommige blauwen dagen langer nat blijven.
Dat wordt lastig als u een snel drogende kleur over een traag drogende legt in dezelfde sessie: technisch is dat mager over vet, ook al hebt u niets toegevoegd.
De praktische oplossing is groeperen: werk uw trage kleuren in de onderste lagen weg, of geef ze extra tijd voordat u eroverheen gaat. En schrijf op de achterkant welke verfsoort u gebruikte — bij problemen jaren later is dat het enige spoor dat u heeft.
De uitzonderingen
Werkt u alla prima — alles nat-in-nat in één sessie — dan speelt de regel nauwelijks, want er is maar één laag. Dit is de manier waarop veel pleinairwerk gemaakt wordt.
Bij een onderschildering in acryl en daarna olieverf zit u ook goed: acryl is dan de magerste laag en die is volledig droog voordat de olie erop komt. Andersom mag niet.
En bij dikke pasteuze opzet met paletmes gelden dezelfde principes, maar dan strenger: dikke lagen drogen aan de buitenkant eerder dan binnenin, en dat vergroot de spanning.


