Het licht bepaalt de tijd
Buiten heeft u ongeveer twee tot drie uur waarin het licht bruikbaar constant is. Daarna staan de schaduwen ergens anders en klopt de opbouw van uw werk niet meer met wat u ziet.
Dat is de belangrijkste reden dat pleinairwerk klein is: 20×30 of 30×40 centimeter maakt u af binnen dat raam. Wie op zestig centimeter begint, komt thuis met iets halfs waarvan de helft bij ander licht is geschilderd.
Fotografeer uw onderwerp bij aankomst. Niet om van te schilderen, maar om thuis te kunnen controleren wat de schaduwen deden toen u begon.
Wat u meeneemt
Zo min mogelijk. Een pochadedoos of veldezel, drie tot vijf kleuren plus wit, twee of drie penselen, een paletmes, keukenpapier, en een tas waar alles in past.
Beperking is hier een voordeel: met vier kleuren mengen dwingt u tot kijken in plaats van kiezen. Veel schilders werken buiten bewust met een beperkt palet en merken dat hun kleurgebruik daar beter van wordt.
Neem geen terpentine mee in een open pot. Een dichte pot met een schroefdeksel, of werken zonder oplosmiddel, voorkomt de klassieke omgevallen fles in het gras.
Praktisch tegen weer en wind
Wind is de grootste vijand: een veldezel met een doek erop is een zeil. Hang uw tas aan de ezel als ballast, of zet één poot in de wind.
Zorg dat de zon niet op uw doek valt. Fel zonlicht op het werk maakt alles wat u mengt te donker, en thuis blijkt het schilderij dan somber. Werk in de schaduw, of gebruik een parasol.
En kleed u warmer dan u denkt nodig te hebben. Stilstaan in de buitenlucht koelt sneller af dan wandelen, en koude handen schilderen slecht.
Een onderwerp kiezen buiten
Het grootste probleem buiten is niet het licht maar de keuze: alles is er tegelijk, en er staat geen kader omheen. Wie zonder plan begint, schildert vaak een breed panorama waarin niets de hoofdrol speelt.
Twee hulpmiddelen werken. Het eerste is een zoeker: een stukje karton met een uitgesneden venster in de verhouding van uw doek. Houd het voor uw oog en beweeg het tot er een compositie in staat.
Het tweede is een tijdslimiet die u vooraf stelt. Twee uur dwingt tot kiezen wat er echt toe doet — meestal is dat de lichtval en één vorm, en niet de zestien bomen op de achtergrond.
Loop bovendien eerst tien minuten rond zonder materiaal. De plek waar u vanzelf blijft staan, is bijna altijd de betere.
Wat u meeneemt naar huis
Nat werk vervoeren vraagt een oplossing: een natte-schilderij-doos, of twee panelen met kurkjes ertussen. Zonder dat komt uw werk thuis met een afdruk van uw tas.
Werk buiten niet af. Zet vast wat u ziet — licht, verhouding, kleur — en laat detail voor thuis. Wie ter plekke wil afmaken, verliest het licht en vult de rest in uit gewoonte.
En kijk het werk thuis nog één keer met daglicht na. Wat buiten klopte, is binnen soms te fel; dat is normaal, want u schilderde tegen een omgeving die veel lichter was dan uw kamer.


