Waarom noorderlicht
Ateliers hebben van oudsher ramen op het noorden. Niet uit traditie maar omdat noorderlicht de hele dag vrijwel constant is: geen zon die binnenvalt, geen schaduwen die van links naar rechts kruipen, geen kleurverschuiving tussen ochtend en middag.
Dat constante is het punt. Wie zijn kleuren mengt in ochtendlicht en 's middags verder werkt onder een warm laagstaande zon, mengt twee keer iets anders — en ziet dat pas als het werk ergens anders hangt.
Heeft u geen noordraam, dan is een gordijn van dun wit doek voor het raam de goedkoopste benadering: dat maakt van direct zonlicht diffuus licht.
Kunstlicht dat werkt
Twee getallen. De kleurtemperatuur: voor schilderen is 5000 kelvin de gangbare keuze, want dat benadert daglicht. Warmer licht (2700) maakt uw blauwen dof en uw geel te vriendelijk; kouder dan 6000 wordt klinisch.
En de kleurweergave-index, CRI of Ra. Onder de 90 verschuiven kleuren zichtbaar, en dat is bij schilderen fataal: u corrigeert dan een kleur die in werkelijkheid niet fout is. Koop lampen met CRI 95 of hoger; het scheelt een paar euro en het is het belangrijkste getal op de verpakking.
Zorg dat het licht van de kant komt waar u niet mee schildert — voor rechtshandigen dus van links, anders schildert u in uw eigen schaduw.
Twee lichtbronnen
Eén lamp geeft harde schaduwen op het palet en op het doek. Twee bronnen, links en rechts of één op het doek en één op het palet, halen die scherpte eruit.
Zet het licht op het doek onder een hoek, niet recht van voren, anders spiegelt natte verf terug in uw ogen. Bij olieverf is dat het verschil tussen kunnen zien wat u doet en gokken.
En houd het licht op het palet gelijk aan het licht op het doek. Twee verschillende kleurtemperaturen op die twee plekken is de meest voorkomende oorzaak van kleuren die thuis anders lijken dan in het atelier.
Werken in de avond
Wie overdag werkt, schildert vaak in de avond af — en dat is precies waar kleuren wegdrijven. Onder warm huiskamerlicht mengt u onbewust te veel blauw en te weinig geel, omdat het licht dat compenseert.
De oplossing is niet feller licht maar hetzelfde licht: gebruik 's avonds dezelfde lampen die u overdag naast het daglicht gebruikt, en doe het gordijn dicht zodat er geen twee kleuren licht mengen.
En stel één regel in voor uzelf: kleuren die u 's avonds mengt, controleert u de volgende ochtend bij daglicht voordat u verdergaat. Dat kost een minuut en voorkomt dat u een halve dag corrigeert wat niet fout was.
Controleren of het klopt
Leg een wit vel papier onder uw licht. Ziet het geel, dan is uw licht te warm; ziet het blauwgrijs, dan te koud.
Beter nog: leg een werk dat u kent, of een gedrukte kleurenkaart, en vergelijk met hoe het buiten bij daglicht oogt. Verschilt dat sterk, dan corrigeert u tijdens het schilderen voor uw lampen in plaats van voor uw onderwerp.
En bekijk elk werk voor u het afmaakt één keer bij daglicht in een andere ruimte. Dat is de goedkoopste kwaliteitscontrole die er is.


